Buitengewoon secundair onderwijs - Opleidingsvorm 3 - Autohulpmecanicien

Opleidingsprofiel

DOEL: Kleine onderhoudswerken en herstellingswerken aan voertuigen uitvoeren.

Algemeen

  • Eigen werkzaamheden plannen.
  • De werkzaamheden op de werkplek organiseren.
  • Een werkmethode opvolgen.
  • Een administratie bijhouden.
  • Materialen en grondstoffen herkennen.
  • Met voorschriften inzake kwaliteit, welzijn, veiligheid en milieu omgaan, vooral
    • afval en restproducten sorteren en verwijderen.
    • met gevaarlijke stoffen weten om te gaan.

Metaalbewerking

  • handmatig verschillende materialen bewerken.
  • machines eigen aan auto-onderhoud bedienen.
  • werkmethoden en technieken bij montage en demontage toepassen.
  • aangepast gereedschap gebruiken.
  • gereedschappen en machines bedienen.

Auto-elektriciteit (12 V)

  • elektrisch testgereedschap hanteren.

Onderhoud en bandenmontage

  • een kleine onderhoudsbeurt volgens het onderhoudsschema van de constructeur uitvoeren.
  • tekorten na visuele controle rapporteren.
  • eenvoudige mechanische en elektrische onderdelen vervangen.
  • banden vervangen en herstellen.

De ondersteunende kennis en sleutelvaardigheden worden geselecteerd uit de ontwikkelingsdoelen ASV OV3 en gekaderd binnen het handelingsplan.

Opleidingsvorm 3 verstrekt naast een algemene, sociale vorming een beroepsgerichte vorming met het oog op integratie in een gewoon leef- en arbeidsmilieu. Hiertoe werden opleidingsprofielen ontwikkeld.

Per opleiding worden de competenties vermeld die leerlingen moeten verwerven om een getuigschrift van een opleiding te halen. Er wordt ook aangegeven welke competenties leerlingen moeten verwerven voor het behalen van een getuigschrift van verworven competenties van een afgerond geheel dat leidt tot inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Voor het formuleren van de competenties en de concretiseringen zijn de beroepsprofielen het referentiekader geweest. Voor de opleidingen die niet afgeleid zijn van beroepsprofielen werden de opleidingsprofielen en concretiseringen voorgelegd aan ervaringsdeskundigen van het onderwijsveld en de arbeidsmarkt. Op deze manier zijn de opleidingsprofielen afgestemd op de verwachtingen van de arbeidsmarkt. Omwille van de herkenbaarheid en om de aansluiting mogelijk te maken met het volwassenenonderwijs werd bij het formuleren van de competenties en de concretiseringen gestreefd naar analogie met de beroepsopleidingstrajecten uit het modulair volwassenenonderwijs en het experiment modulair beroepsonderwijs.

Opleidingen die dezelfde naam dragen hebben dezelfde inhoud, ongeacht de onderwijsvorm waarin de opleiding wordt aangeboden. Dit is nodig om compatibel te zijn met de vraag van de arbeidsmarkt en om de einddoelstelling van OV3 te realiseren. Eenzelfde benaming en eenzelfde inhoud betekent niet dat de methodische aanpak of de duur van de opleiding identiek moeten zijn. Daarin behoudt het buitengewoon onderwijs zijn eigenheid.

De ondersteunende kennis en sleutelvaardigheden worden geselecteerd uit de ontwikkelingsdoelen algemene en sociale vorming OV3 en gekaderd binnen het handelingsplan.

De noodzakelijke beroepsgerichte vaardigheden zijn vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse regering van 6 december 2002.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 19.04.2002 en bij decreet van 19.07.2002.