Buitengewoon secundair onderwijs - Opleidingsvorm 3 - Logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen

Opleidingsprofiel

DOEL: Alle vaardigheden uitvoeren die nodig zijn als logisitek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen.
 

Algemeen

competenties concretiseringen
1 Eigen werkzaamheden plannen
  • het toegewezen takenpakket plannen;
  • met de dagindeling en activiteiten van anderen rekening houden;
  • de werkplanning aanpassen.
2 Eigen werkzaamheden op de werkplek organiseren
  • het nodige materiaal verzamelen;
  • de eigen werkruimte organiseren.
3 Een werkmethode opvolgen
  • volgens een voorgeschreven procedure de taken uitvoeren;
  • het eigen werk controleren en bijsturen;
  • procedures opvolgen.
4 Een administratieve bijhouden
  • elementaire computervaardigheden toepassen;
  • gegevens invoeren;
  • briefwisseling verzorgen;
  • de post, documenten wegbrengen;
  • financiële verrichtingen uitvoeren;
  • een klassement bijhouden;
  • een voorraad op peil houden;
  • de voorraadformulieren bijhouden;
  • diensten contacteren;
  • telefonische oproepen beantwoorden;
  • telefonische oproepen door­verbinden;
  • verzorgingsmateriaal, farmaceutische producten, stalen en apparaten transporteren.
5 In team werken
  • opdrachten van anderen aanvaarden;
  • met collega’s en zorgverstrekkers samenwerken;
  • in team overleggen;
  • waarnemingen signaleren;
  • met feedback omgaan.
6 Met voorschriften voor kwaliteit, welzijn, veiligheid en milieu omgaan
  • afval en restproducten sorteren en verwijderen
  • met gevaarlijke stoffen weten om te gaan
  • ecologisch werken;
  • economisch werken;
  • ergonomisch werken;
  • hygiënisch werken;
  • kwaliteitsbewust werken;
  • planmatig werken;
  • veilig werken en veiligheidsvoor­schriften naleven;
  • afval en restproducten sorteren en verwijderen;
  • met gevaarlijke stoffen omgaan.

Huishouding

competenties concretiseringen
7 Het belang van het huishouden uitleggen  
8 Maaltijden bereiden
  • evenwichtige maaltijden samen­stellen;
  • eenvoudige maaltijden bereiden;
  • voedingsmiddelen bewaren;
  • de tafel dekken en afruimen;
  • de vaat doen en opruimen.
9 Textiel, kleding en schoeisel onderhouden
  • wastechnieken toepassen;
  • gereinigd textiel kastklaar maken;
  • eenvoudige herstellingen uitvoeren;
  • schoeisel onderhouden.
10 Basisprincipes van interieurinrichting toepassen
  • een woning sfeervol inrichten;
  • bloemen en planten verzorgen.
11 Een woning onderhouden
  • leefruimte ordelijk en net houden;
  • bedden opmaken en verversen;
  • schoonmaaktechnieken toepassen.

Gezondheid

competenties concretiseringen
12 Basiselementen in verband met gezondheid verwoorden
  • behoeften van de mens inventa­riseren;
  • gezondheidsproblemen inventa­riseren;
  • zich over gezondheidsproblemen informeren;
  • een zorgproces opstellen;
  • huismiddeltjes en volksremedies kritisch bevragen;
  • eigen waarden formuleren.
13 Basisprincipes van lichaamshygiëne toepassen
  • hygiënische verzorging van huid, haar, nagels toepassen;
  • hygiëne van ogen, oren, neus, mond, navel toepassen;
  • intieme hygiëne verzorgen.
14 Basisprincipes van zorg toepassen
  • de veiligheidsvoorschriften bij medica­tiegebruik toepassen;
  • preventieve aanwijzingen geven;
  • basisprincipes van EHBO toepassen;
  • dringende eerste hulp verlenen.

Communicatie

competenties concretiseringen
15 Eenvoudige communicatietechnieken toepassen
  • zichzelf voorstellen;
  • gericht luisteren;
  • gericht waarnemen;
  • vragen stellen;
  • zich informeren;
  • reflecteren.
16 Met de eigen identiteit omgaan
  • met eigen mogelijkheden en beperkingen omgaan;
  • met eigen ervaringen omgaan;
  • met eigen gevoelens, emoties, waarden en normen omgaan.
17 Zich in functie van de eigen leefwereld informeren
  • regionale diensten en hulpverleners inventariseren;
  • informatie over diensten en hulpverleners inwinnen.
18 Met anderen omgaan
  • empathisch zijn;
  • anderen respecteren;
  • conflicten hanteren;
  • zich expressief uiten;
  • met diversiteit omgaan;
  • met anderen communiceren;
  • met zijn sociaal netwerk contact nemen;
  • met problemen en moeilijkheden omgaan.
19 Met andere samenlevingsvormen en culturen omgaan  
20 Zich expressief uiten  

Logistiek werk in ziekenhuizen en zorginstellingen

competenties concretiseringen
21 Maaltijden voorbereiden, bedelen, toedienen, afruimen
  • de maaltijd op een afdeling verzorgen;
  • menukeuzes invullen;
  • maaltijden voorbereiden;
  • tussendoortjes bereiden;
  • maaltijden en drank bedienen;
  • dieetmaaltijden herkennen;
  • tafels dekken en afruimen;
  • de vaat doen;
  • de keuken in orde houden;
  • de keukenvoorraad bijhouden.
22 Onderhoudstaken uitvoeren
  • onderhoudstaken verbonden aan een afdeling uitvoeren;
  • de lokalen onderhouden;
  • het interieur van kamers en leefruimten verzorgen;
  • schoonmaakmaterialen en -toestellen gebruiken;
  • schoonmaakmaterialen en toestellen onderhouden;
  • schoonmaaktechnieken voor het onderhoud van verschillende ruimten toepassen;
  • verzorgingsmateriaal reinigen en ontsmetten;
  • patiëntenkamers desinfecteren;
  • bedden opmaken;
  • afval sorteren en verwijderen;
  • klein onderhoud aan materialen uitvoeren.
23 Zorg dragen voor de persoonlijke bezittingen van de zorgvrager
  • kleine herstellingen uitvoeren;
  • de bezittingen van de zorgvrager verzorgen;
  • voor of met de zorgvrager boodschappen doen.
24 Elementaire ondersteuning bieden bij het bewegen van de zorgvrager
  • samen met de andere zorgverstrekkers de zorgvrager tillen en verplaatsen;
  • de zorgvrager die geen bestendig toezicht nodig heeft, met behulp van rolstoel, ziekenhuisbed vervoeren;
  • de zorgvrager bij het bewegen en verplaatsen ondersteunen.
25 Hulp inroepen
  • de eerstehulpdiensten en/of bevoegde personen oproepen;
  • basisprincipes van EHBO toepassen;
  • CPR toepassen zoals het van elke burger verwacht wordt;
  • bij levensbedreigende situaties hulp bieden.
26 Materiaal aanvullen en transporteren
  • de linnenkamer beheren:
  • de linnenwagen en verzorgingswagen aanvullen;
  • textielgoed verzamelen;
  • textielgoed sorteren;
  • textielgoed verdelen;
  • verzorgingsmateriaal, farmaceutische producten, stalen en apparaten trans­porteren;
  • de voorraadformulieren bijhouden;
  • klasseringprincipes toepassen.
27 Animatieactiviteiten ondersteunen
  • aan animatieactiviteiten meewerken;
  • de zorgvrager begeleiden.

Facultatief: Initiatie zorg

competenties concretiseringen
28 Met kind en oudere zorgvrager omgaan  
29 Algemene principes rond zorgvisie toepassen
  • de taak, plaats en verantwoordelijkheid van de verzorgende binnen verschillende werkvelden situeren;
  • een zorgvisie toepassen.
30 Andere zorgverstrekkers bij zorgverlening helpen
  • zorgvragen herkennen;
  • onder toezicht van andere zorg­verstrekkers bij het verzorgen, het eten, de toiletgang, het rusten en de slaap hulp bieden;
  • onder toezicht van andere zorg­verstrekkers hulpmiddelen gebruiken.
31 Elementaire hulp bieden en inroepen
  • de eerstehulpdiensten en/of bevoegde personen oproepen;
  • basisprincipes van EHBO toepassen;
  • CPR toepassen zoals het van elke burger verwacht wordt;
  • bij levensbedreigende situaties hulp bieden.
 
De ondersteunende kennis en sleutelvaardigheden worden geselecteerd uit de ontwikkelingsdoelen ASV OV3 en gekaderd binnen het handelingsplan.
 
Na het behalen van alle competenties wordt aan de leerling het getuigschrift “logistiek assistent ” uitgereikt.
 
Nuttige links

 

Opleidingsvorm 3 verstrekt naast een algemene, sociale vorming een beroepsgerichte vorming met het oog op integratie in een gewoon leef- en arbeidsmilieu. Hiertoe werden opleidingsprofielen ontwikkeld.

Per opleiding worden de competenties vermeld die leerlingen moeten verwerven om een getuigschrift van een opleiding te halen. Er wordt ook aangegeven welke competenties leerlingen moeten verwerven voor het behalen van een getuigschrift van verworven competenties van een afgerond geheel dat leidt tot inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Voor het formuleren van de competenties en de concretiseringen zijn de beroepsprofielen het referentiekader geweest. Voor de opleidingen die niet afgeleid zijn van beroepsprofielen werden de opleidingsprofielen en concretiseringen voorgelegd aan ervaringsdeskundigen van het onderwijsveld en de arbeidsmarkt. Op deze manier zijn de opleidingsprofielen afgestemd op de verwachtingen van de arbeidsmarkt. Omwille van de herkenbaarheid en om de aansluiting mogelijk te maken met het volwassenenonderwijs werd bij het formuleren van de competenties en de concretiseringen gestreefd naar analogie met de beroepsopleidingstrajecten uit het modulair volwassenenonderwijs en het experiment modulair beroepsonderwijs.

Opleidingen die dezelfde naam dragen hebben dezelfde inhoud, ongeacht de onderwijsvorm waarin de opleiding wordt aangeboden. Dit is nodig om compatibel te zijn met de vraag van de arbeidsmarkt en om de einddoelstelling van OV3 te realiseren. Eenzelfde benaming en eenzelfde inhoud betekent niet dat de methodische aanpak of de duur van de opleiding identiek moeten zijn. Daarin behoudt het buitengewoon onderwijs zijn eigenheid.

De ondersteunende kennis en sleutelvaardigheden worden geselecteerd uit de ontwikkelingsdoelen algemene en sociale vorming OV3 en gekaderd binnen het handelingsplan.

De noodzakelijke beroepsgerichte vaardigheden zijn vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse regering van 6 december 2002.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 19.04.2002 en bij decreet van 19.07.2002.