Veelgestelde vragen over peilingen

Wat zijn peilingen?

Een peiling is een grootschalige afname van toetsen bij een representatieve steekproef van scholen en leerlingen. Ze neemt een aspect van het Vlaamse onderwijs onder de loep. Peilingen onderzoeken in welke mate de leerlingen de eindtermen of ontwikkelingsdoelen bereiken van een vak of leergebied of van leergebiedoverschrijdende einddoelen. Met peilingen wil de overheid een algemeen beeld krijgen van de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs. Niet alle scholen nemen aan een peiling deel: een representatieve steekproef van scholen en leerlingen volstaat.

 

Wie voert het peilingsonderzoek uit?

De toetsontwikkeling, de steekproeftrekking, de data-analyse en de rapportage van de resultaten gebeurt door een onafhankelijke  onderzoeksgroep van de KULeuven. Resultaten van individuele scholen worden niet bekend gemaakt.


Hebben peilingen gevolgen voor de deelnemende scholen en leerlingen?

Deelname aan een peiling heeft geen negatieve gevolgen voor de school, de leerkrachten of de schoolloopbaan van de leerlingen. De anonimiteit is gewaarborgd. De overheid wil een globaal beeld van de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs. Enkel de deelnemende scholen krijgen feedback over hun resultaat: die informatie wordt door het onderzoeksteam aan geen enkele andere instantie doorgegeven. Scholen in de steekproef nemen vrijwillig deel.


Waarom worden er peilingen afgenomen?

Om de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te evalueren, te bewaken en te verbeteren, wil de overheid - op het niveau van het Vlaamse onderwijssysteem - beschikken over betrouwbare prestatiegegevens van leerlingen. De gegevens over het aantal leerlingen dat een bepaalde eindterm of groep eindtermen onder de knie heeft, kunnen sterke en zwakke punten van ons onderwijs in beeld brengen. Daarnaast laat de overheid onderzoeken of er systematische verschillen zijn tussen scholen in het percentage leerlingen dat de eindtermen haalt. Als de onderzoekers kenmerken kunnen identificeren die samenhangen met minder goede leerlingprestaties, weten we mogelijk ook aan welke factoren de overheid en de scholen kunnen werken om ervoor te zorgen dat meer leerlingen de minimumdoelen onder de knie krijgen.


Waarom worden peilingen herhaald?

Peilingen worden regelmatig herhaald, zodat we evoluties in kaart kunnen brengen. Als eenzelfde peiling een aantal jaren later wordt herhaald, kan de vorige peiling als vergelijkingsbasis dienen.

Als een peiling minstens twee keer wordt herhaald, kan dat empirische informatie leveren over kwaliteitsstijgingen en/of -dalingen van ons onderwijs. Let wel: periodieke peilingen zijn niet geschikt om leerwinst of vooruitgang van leerlingen te meten. Daarvoor is specifiek onderzoek nodig dat een groep leerlingen gedurende een bepaalde periode volgt.


Wat zijn de voordelen van peilingen voor de scholen?

Alle scholen kunnen leren uit de peilingsresultaten. De scholen die deelnamen aan een peiling, ontvangen van de onderzoekers een feedbackrapport met een overzicht van de resultaten van hun school. De directie en de leerkrachten kunnen die informatie als vertrekpunt voor reflectie en zelfevaluatie gebruiken, maar wel in de juiste context. Het gaat om niet meer dan een momentopname.

Alle andere scholen kunnen leren uit de resultaten op systeemniveau. Zo kunnen peilingsresultaten scholen een beter inzicht bieden in de samenhang tussen leerlingprestaties en bepaalde achtergrondkenmerken. Wanneer dat verband op een herkenbare manier geschetst wordt, kunnen scholen die niet deelnamen aan de peiling ook leren uit die verbanden. Zo kunnen de resultaten een aanzet vormen tot zelfreflectie en bijsturing van het gevoerde beleid. Om dergelijke analyses mogelijk te maken, vragen de onderzoekers naast de toetsen ook bijkomende informatie op bij de leerlingen, hun leerkrachten en de scholen.

Een school die niet deelneemt aan een peilingsonderzoek, kan een paralleltoets van een peiling afnemen bij haar leerlingen. Zo kan de school nagaan of de leerlingen de eindtermen bereiken. Deze parallelversie meet hetzelfde als de landelijke peilingstoets maar bestaat uit andere - gelijkaardige - opgaven. Elke school kan deze paralleltoetsen vrij gebruiken om na te gaan of ze de betrokken eindtermen of ontwikkelingsdoelen heeft gerealiseerd. Scholen kunnen de beschikbare paralleltoetsen downloaden via de website paralleltoetsen.be. Op deze website vind je ook voorbeelden van feedbackrapporten.


Hoe worden de peilingsresultaten gebruikt binnen het onderwijsbeleid?

De overheid wil met de peilingen informatie verzamelen over de stand van zaken in bepaalde domeinen van het curriculum. Deze informatie vormt de basis om met alle betrokkenen na te denken over de kwaliteit van het onderwijs in het onderzochte domein. Hiertoe worden volgende stappen voorzien.

De onderzoeksgroep van de KULeuven bezorgt de resultaten van de peiling aan de overheid en communiceert over de resultaten in een toegankelijke brochure. Tijdens een reflectiedag op het einde van het schooljaar worden onderwijspartners uitgenodigd om met elkaar in gesprek gaan en samen te zoeken naar hefbomen om de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te bestendigen of te verbeteren.

Daarna organiseert de overheid in het najaar een inspiratiedag om good practices en beleidsaanbevelingen te delen en acties bekend te maken die tijdens en na het debat door de onderwijspartners, in overeenstemming met hun visie, prioriteiten en werking, worden geformuleerd. De overheid is één van die partners en is onder meer verantwoordelijk voor aanpassingen aan de eindtermen. Leerplanmakers, pedagogisch begeleiders en nascholers, lerarenopleiders, uitgeverijen, inspectie, directies, leraren en eventueel andere partners engageren zich voor de acties die zij kunnen ondernemen.


Hoe passen peilingen in het Vlaamse kwaliteitszorgsysteem?

Peilingen maken deel uit van de externe kwaliteitsbewaking op systeemniveau. Ze zijn complementair aan internationale onderzoeken en aan de doorlichtingen door de inspectie.

Internationale onderzoeken (zoals PISA) en Vlaamse peilingen belichten elk een verschillend aspect van onderwijskwaliteit.

  • Internationale prestatiemetingen focussen op de plaats van het Vlaamse onderwijs ten opzichte van andere onderwijssystemen in bepaalde domeinen. Ze zijn echter niet specifiek gericht op het Vlaamse curriculum, op de doelen die onze samenleving belangrijk vindt.
  • Peilingen plaatsen de beheersing van de Vlaamse minimumdoelen in de kijker.

Hoewel de overheid opteert om bij de peilingen te werken met een rijke variatie aan toetsen voor eindtermen uit diverse leergebieden en leergebiedoverschrijdende thema’s, zijn grootschalige peilingen niet geschikt voor àlle kennis, vaardigheden en attitudes. Scholen hanteren daarvoor meer gevarieerde evaluatievormen, wat niet mogelijk is in een grootschalige peiling. De onderwijsinspectie bouwt voort op de interne evaluatie door de school.